Laatste onderwerp 39 u geleden

Afbouw derogatie: dit is de economische impact forum

www.melkveebedrijf.nl/regelgeving/derogatie/afbouw-derogatie-dit-is-de-economische-impact ↗

WordPress-forum in het Nederlands.

Discussies per dag
1
Opgehaalde discussies
10
Rubrieken
0
Gevolgde bronnen
1
Software
WordPress

Laatste discussies

Elke 4 uur opgehaald uit de openbare feed van het forum. Alleen de titel, de link en het begin van het bericht worden weergegeven; elke link wijst terug naar de bron.

“Kansen voor rijstteelt op de Nederlandse veenbodem”

Rijst lijkt op het eerste gezicht een te exotisch gewas voor Nederlandse omstandigheden. Volgens universitair hoofddocent Maarten Schrama van de Universiteit Leiden kan rijst in de toekomst echter ook onderdeel worden in het teeltplan van de Nederlandse agrariër. Tijdens de Boerendag van Wij.land op 4 september in Ter Aar vertelde hij dat de eerste proeven in het veenweidegebied bij Leiden veelbelovende resultaten laten zien. Schrama presenteerde de resultaten van experimenten in het zogeheten PolderLab, een 33 hectare groot onderzoeksgebied van Land van Ons bij Oud Ade. Daar onderzoeken wetenschappers, boeren en studenten verschillende manieren om het veenweidegebied toekomstbestendig te maken. Rijstteelt is er daarvan één die de nodige belangstelling trekt. Klimaatverandering verschuift teeltgebieden Volgens Schrama veranderen de mogelijkheden voor landbouwgewassen in Europa snel door klimaatverandering. Europese rijst wordt momenteel in Zuid-Europa verbouwd. Maar in veel gebieden in bijvoorbeeld Spanje en Italië is steeds vaker sprake van watertekorten. Daarom wordt het vizier steeds vaker noordelijk gericht. Onderzoekers van de Universiteiten van Leiden en Wageningen waren benieuwd of rijst ook in Nederlandse veenweidegebieden zou kunnen worden geteeld. Het gewas past immers goed bij natte omstandigheden, terwijl een hoog waterpeil juist gewenst is om bodemdaling tegen te gaan. Rijst is een economisch interessant gewas en het kan bovendien bijdragen aan het beperken van b

Amerikaanse melkveestapel grootste in ruim dertig jaar

De Amerikaanse melkveestapel blijft uitbreiden. In juli 2026 telden de Verenigde Staten gemiddeld 9,71 miljoen melkkoeien. Dit zijn er 199.000 meer dan een jaar eerder. Daarmee is de melkveestapel volgens USDA de grootste in meer dan drie decennia. Ook de melkproductie nam toe: in juli werd 2,2 procent meer melk geproduceerd dan in dezelfde maand van 2025. Vooral Kansas, Wisconsin, Texas en South Dakota droegen bij aan de groei. Opvallend is dat deze uitbreiding plaatsvindt terwijl de economische marge verslechtert. De gemiddelde Amerikaanse melkprijs bedroeg in juli 20,30 dollar per hundredweight. Dit is 50 dollarcent minder dan een jaar eerder. Tegelijk lagen de berekende voerkosten 51 dollarcent hoger. Daardoor daalde de marge boven voerkosten naar 9,93 dollar per hundredweight, ruim een dollar minder dan in juli 2025. De groei wordt volgens USDA mede ondersteund door eerder gunstige melk-voerprijsverhoudingen en door de hoge opbrengsten van beef-on-dairy-kalveren: kruislingen van melkkoeien met vleesveestieren. Die extra inkomsten maken het aantrekkelijk om melkkoeien langer aan te houden. USDA verwacht wel dat de groei van de veestapel de komende tijd kan afzwakken. Tekst: Gerben Hofman Beeld: beeldarchief Prosu

Amerikaanse graanvoorraad drukt prijzen, transport blijft knelpunt

Amerikaanse graanvoorraad hoger dan verwacht, verschillende ontwikkelingen op de sojamarkt en uitdagingen in transport. De grondstoffenmarkt voor diervoeders laat deze week verschillende bewegingen zien. De graanprijzen staan onder druk door hogere Amerikaanse maïsvoorraden, terwijl Europese droogte en logistieke problemen juist voor prijssteun zorgen. Ook op de sojamarkt spelen voorraadcijfers, de handel tussen de Verenigde Staten en China en de wisselkoers een rol. Bij vezelrijke grondstoffen blijft de beschikbaarheid van bietenpulp en palmpitschilfers beperkt. Dat melden ForFarmers en AgruniekRijnvallei in een recente grondstoffenupdate. Maïs en tarwe reageren op Amerikaanse graanvoorraad De graanmarkt blijft volatiel. De graanprijzen zijn ten opzichte van vorige week niet sterk veranderd volgens ForFarmers, maar er kwam wel beweging op de termijnmarkt. Aanleiding was een rapport van het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA) over de graanvoorraden. De Amerikaanse maïsvoorraad op 1 september bedroeg 2,10 miljard bushel, 35 procent meer dan een jaar eerder. De voorraad lag daarmee hoger dan de markt had verwacht. Fondsen verkochten daarop veel maïscontracten, waardoor de Amerikaanse maïsprijs naar het laagste niveau sinds eind augustus zakte. Ook tarwe kwam hierdoor onder druk. De Europese maïsoogst blijft daarnaast achter bij vorig jaar en de productie wordt geraamd op 48,3 miljoen ton. Het Joint Research Centre van de Europese Commissie meldt dat de hete en droge zome

Karel Kennes: “We moeten niet extensiveren, maar intensiveren om duurzamer te werken”

Veel discussies over de toekomst van de landbouw gaan over extensivering. Adviseur en loonwerker Karel Kennes wil het omdraaien. Hij pleit voor een vorm van intensivering, waarbij bodemgezondheid, biodiversiteit en voereiwitproductie centraal staan. Volgens Kennes zit de oplossing niet in minder produceren, maar in het slimmer benutten van wat er onder de grond en op het land gebeurt. Daarbij kijkt hij vooral naar de bodem, het bodemleven en de mogelijkheden om meer gewassen in één bouwplan te combineren. Tijdens de bijeenkomst ‘Gezonde voeding begint bij de bodem’ die VKON organiseerde vanuit het project De Route naar Balans bij demonstratiebedrijf maatschap Sanderink-Sleiderink in het Overijsselse Beuningen vertelde hij hierover. Extra gewas na de maïs Een belangrijk voorbeeld van het slimmer benutten van de bodem zijn de wintergewassen waarmee op het bedrijf van de Beuningse maatschap wordt geëxperimenteerd. Het idee is om na de maïsoogst direct een nieuw gewas in te zaaien dat niet alleen als groenbemester dient, maar ook als extra bron van ruwvoer en eiwit. “Veel mensen zeggen dat de landbouw moet extensiveren”, vertelde Kennes. “Maar als de kosten stijgen en de opbrengsten onder druk staan, is dat het domste wat je kunt doen. Wij moeten juist intensiever werken door groenbemesters te kiezen die tegelijkertijd een extra hoofdgewas worden.” Kennes denkt hierbij aan mengsels met wintererwten, winterwikken, inkarnaatklaver, triticale en mogelijk winterlupinen. Deze gewassen

Meer uit veldbonen halen met toasten

Het toasten van veldbonen kan de eiwitbestendigheid verhogen. Daardoor kan de koe de boon beter benutten. Een analyse van de kosten en baten geeft inzicht in de praktische en economische haalbaarheid van het on-farm toasten van veldbonen. Bestendig ruw eiwit Het aandeel bestendig ruw eiwit stijgt bij het toasten van veldbonen. Bestendig ruw eiwit is eiwit dat de pens passeert en beschikbaar komt voor opname in de dunne darm. Hierdoor stijgt ook het gehalte darmverteerbaar eiwit (DVE). Het gevolg hiervan is dat het percentage melkeiwit in de melk stijgt. Analyses met pensincubaties op ILVO leverden de volgende resultaten op: Ongeveer 40 procent DVE-stijging door optimaal toasten, Aminozuren blijven grotendeels intact na het toasten, Te koud toasten leidt tot onderbenutting van het potentieel, Te warm toasten leidt tot overtoasten, met een dalende voederwaarde tot gevolg. Vanuit financieel oogpunt bekeken Om een duidelijk beeld te krijgen van de financiële rendabiliteit zijn vijf verschillende toasters met elkaar vergeleken. Daarbij is gezocht naar de optimale combinatie van temperatuur en doorlooptijd voor het toasten van veldbonen. Vervolgens zijn de getoaste bonen via pensincubaties bij gefistuleerde koeien op ILVO geanalyseerd. Een gefistuleerde koe is een gezonde koe die is voorzien van een permanente opening in de linkerflank, die wordt afgesloten met een dop. Via deze opening kunnen onderzoekers de pensinhoud onderzoeken zonder dat de koe daarbij pijn ervaart. Met deze o

Hoe ga je om met extreem suikerrijke voorjaarskuilen?

De voorjaarskuilen van 2026 zijn over het algemeen van hele goede kwaliteit. Door het zonnige weer bevatten deze kuilen (extreem) veel suiker. Toch kennen deze hoogwaardige kuilen ook een aantal uitdagingen. Wat zijn de risico’s en hoe zet je de voorjaarskuilen van 2026 om in zoveel mogelijk melk? Hoog suikergehalte met risico op pensverzuring De voorjaarskuilen van dit seizoen hebben een hoog drogestofgehalte (>45%). Dit leidt tot een beperkte fermentatie – zichtbaar aan een hogere pH (>5) – en resulteert in een zeer hoog suikergehalte (>16%). Suiker zorgt voor een hoge VEM-waarde en stimuleert de melkproductie. Maar suiker wordt razendsnel in de pens afgebroken. Als de afbraak van suiker te snel gaat, ontstaat er een groot risico op pensverzuring. Kuil (te) snel verteerbaar Een andere uitdaging is het lage aandeel vezels in de voorjaarskuilen. Een laag vezel-gehalte verhoogt de drogestofopname. Dit klinkt positief, maar het versnelt ook de doorloopsnelheid in de pens. Hierdoor hebben de micro-organismen in de pens minder tijd om de kuil te fermenteren. Hierdoor profiteert de koe niet altijd optimaal van het hoogwaardige ruwvoer. Signalen Een analyse van de mest kan inzicht geven in de vraag of de koe het maximale uit het ruwvoer haalt. Als er veel vezels onverteerd door de koeien gaan, betekent dit dat de kuil ondanks de goede kwaliteit niet optimaal wordt benut. In dat geval kan het verstandig zijn om de pens en darmen te ondersteunen met een postbioticum. Postbioticum Dia

Groot Brittanië: melkaanvoer krimpt, aantal melkkoeien daalt

De melkproductie in Groot-Brittannië staat onder druk. In augustus lag de melkaanvoer naar schatting 4,5 procent lager dan een jaar eerder. Melkveehouders leverden die maand ongeveer 992 miljoen liter melk. Dat is 46 miljoen liter minder dan in augustus 2025. Over de periode april tot en met augustus ligt de melkaanvoer inmiddels 2,5 procent onder het niveau van vorig jaar. De daling hangt samen met onder meer hitte, droogte en tegenvallende grasgroei, maar ook de structurele krimp van de melkveestapel speelt een rol. Op 1 juli telde Groot-Brittannië ongeveer 1,57 miljoen melkkoeien. Dat waren er 34.500 minder dan een jaar eerder, een daling van 2,2 procent. Daarmee bevindt de melkveestapel zich volgens marktinformatiedienst AHDB op het laagste niveau sinds het begin van de beschikbare reeks. Ook het aantal jonge vrouwelijke runderen neemt af. De groep melkveerunderen jonger dan twee jaar kromp eveneens met 2,2 procent. AHDB wijst erop dat de sterke vleesveeprijzen en het toenemende gebruik van vleesveesperma op melkkoeien ervoor zorgen dat minder zuivere melkveevaarzen worden geboren. Dat kan de beschikbaarheid van vervangingsvee de komende jaren verder beperken. Voor de komende maanden verwacht AHDB dat het melkaanbod onder druk kan blijven. Naast de kleinere veestapel spelen hoge voerkosten, beperkte ruwvoervoorraden en de verspreiding van blauwtong een rol. Een aanhoudend lagere Britse melkproductie kan ook gevolgen hebben voor het aanbod van zuivelproducten en de prijson

Bijpraten over de gevolgen van de stikstofbrief

ZTLO houdt verschillende bijeenkomsten om leden bij te praten over de stikstofbrief van het kabinet en de gevolgen voor de agrarische bedrijven. Onder de agrarische ondernemers zijn er veel vragen over het stikstofbeleid. Tijdens de eerste bijeenkomst in het Brabantse Boekel is er door middel van interactie met het publiek duidelijk naar voren gekomen welke vragen het meest spelen bij de ondernemers. De meest voorkomende onzekerheid is het toekomstperspectief. Daarnaast is er behoefte aan duidelijkheid, vertrouwen en een werkbaar verdienmodel. Perspectief voor de toekomst Agrarische ondernemers hebben veel behoefte aan perspectief. Vanuit de leden van ZLTO wordt het gewaardeerd dat LTO samen met NAJK aan tafel zit. De centrale vraag is: ‘hoe kan de stikstofaanpak leiden tot herstel van de vergunningverlening én voldoende ontwikkelingsruimte voor agrarische bedrijven’. Door verschillende rechterlijke uitspraken is voor veel agrarische ondernemers niet mogelijk om verder te ontwikkelen en de daarvoor nodige vergunning aan te vragen. Met de nieuwe aanpak van het kabinet moet er gestuurd worden op emmissiereductie. Voor 2030 ligt er een tussendoel voor een reductie van 21 tot 23 procent, maar in 2030 moet er een reductie zijn van 42 tot 46 procent ten opzichte van 2019. De reductie moet verminderd worden op diverse vlakken. Emisies uit stallen en op het land moeten verminderen, vrijwillige bedrijfsbeëindiging en veranderingen in de grootte van de veestapel. Volgens LTO is het van

Zuivelnoteringen voor verse boter en weipoeder gedaald, andere overwegend stabiel

De Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen heeft de noteringen van deze week bekendgemaakt. De zuivelnoteringen voor vol melkpoeder en mager melkpoeder food zijn stabiel gebleven. Daarentegen zijn de zuivelnoteringen voor verse boter en weipoeder gedaald. De zuivelnotering voor mager melkpoeder feed is gestegen. Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen De Commissie Officiële Nederlandse Zuivelnoteringen heeft de volgende noteringen vastgesteld, in euro per 100 kg netto af fabriek exclusief btw: Verse boter: Min € 5,00 op € 395,00 Verse boter in EEG-doos Vol melkpoeder: Stabiel op € 387,00 Vol verstuivingsmelkpoeder, 26% vet, in meerwandige zakken Mager melkpoeder food: Stabiel op € 332,00 Mager verstuivingsmelkpoeder van gebruikelijke handelskwaliteit Mager melkpoeder feed: Plus € 1,00 op € 331,00 Mager verstuivingsmelkpoeder van EG-origine, voor veevoederdoeleinden, in bulk, franco geleverd Weipoeder: Min € 2,00 op € 166,00 Weipoeder, verstuivingspoeder, in bulk Prijzen per 100 kg, exclusief btw. Bekijk hier de laatste ontwikkelingen van de melkprijs Hoe zijn de zuivelnoteringen vastgesteld? De Commissie stelt wekelijks op woensdag de prijzen (noteringen) vast waartegen diverse zuivelproducten bij levering af fabriek zijn verhandeld. Bij de vaststelling van de noteringen baseert de commissie zich op de (op de dag van notering) gangbare prijzen. De marktinformatie over deze prijzen wordt op de dag voorafgaand aan de bijeenkomst van de CONZ verzameld door de secretaris.

Aangepaste oever kan helpen in strijd tegen hardnekkige rivierkreeft

De Amerikaanse rivierkreeft veroorzaakt op steeds meer plaatsen schade aan slootkanten en oevers in het veenweidegebied. Bestrijding is lastig. Volgens universitair hoofddocent Maarten Schrama van de Universiteit Leiden heeft jarenlang wegvangen nauwelijks effect op de populatie. Meer perspectief ziet hij in een andere inrichting van oevers. Tijdens de Boerendag van Wij.land op 4 september ging Schrama in op de opmars van de Amerikaanse rivierkreeft. De exoot is inmiddels in grote delen van West-Nederland algemeen aanwezig. Volgens Schrama doen verschillende verhalen de ronde over de introductie van de dieren. Zo zou een partij rivierkreeften ooit zijn losgelaten nadat een restaurant in Den Haag er niets mee kon. Zeker is dat niet, maar verspreidingskaarten wijzen er wel op dat de omgeving van Den Haag een van de eerste plekken was waar de soort opdook. Wegvangen werkt averechts De kreeften kunnen voor flinke schade zorgen. Ze ondergraven oevers, waardoor boeren en dieren onverwachts in de sloot kunnen wegzakken. Het ecosysteem in de sloot wordt bovendien overhoop gehaald. Bestrijding is heel lastig. “Er zijn al heel veel proeven gedaan met wegvangen, maar het lijkt averechts te werken. De grootste vijand van een kreeft is eigenlijk een grotere kreeft. Als je kreeften gaat vangen, vang je vooral de grotere exemplaren. Maar de groten eten de kleintjes op. Als je de grote wegvangt, blijven er dus meer jonge dieren over, die qua schade nauwelijks onderdoen voor de grote kreeften

10 discussies opgehaald sinds 22 september 2026. Volg dit forum op zoekwoord →